Aan het woord: Evelien Hogenkamp, Verpleegkundig Kwaliteitscoach

29 mrt 2021

“Samen doen is voor mij belangrijk en plezier in het werk ook. Ik vind het leuk om medewerkers weer plezier in het werk te geven. Soms zijn ze dat een beetje kwijtgeraakt.”

In de serie “achter de schermen” waarin we vertellen over ons werk, sprak ik deze maand met Evelien Hogenkamp. We nemen de functie en werkzaamheden van de verpleegkundig kwaliteitscoach, onder de loep.

Voor welke vragen of problemen zet een organisatie een verpleegkundig kwaliteitscoach van De Impuls van de Zorg in?

“Veelvoorkomende onderwerpen zijn: methodisch werken, persoonsgerichte zorg en het gebruik van het ECD (Elektronisch Cliënten Dossier). Maar ook medicatieveiligheid is een terugkerend thema, net als het melden en leren van incidenten. Soms is de organisatie van de dagelijkse werkzaamheden ook een punt dat aandacht vraagt. Mijn werkzaamheden hangen uiteraard af van de vraag van de opdrachtgever. Over het algemeen gesproken neem ik medewerkers mee in kwaliteitsveranderingen op zo’n manier dat ze na mijn vertrek er zelfstandig mee verder kunnen.”

Wat kan er nog beter bij deze onderwerpen?

“Medewerkers ervaren bijvoorbeeld het ECD niet altijd als helpend en soms zelfs als lastig. Dat komt soms omdat ze niet zo digitaal vaardig zijn en ook wel omdat ze nog niet ervaren dat het ECD ondersteunend is bij het methodisch werken. Ze schrijven er bijvoorbeeld in wat ze bij een cliënt gedaan hebben maar relateren hun rapportage niet aan de doelen in het zorgleefplan. De persoonsgerichte zorg komt dan nog onvoldoende in het ECD terug.”

“Medicatieveiligheid is ook regelmatig een thema. Het gaat om het voorkomen van fouten en die verantwoordelijkheden liggen niet alleen bij de verzorgenden en verpleegkundigen. Dan gaat het om de hele keten; voorschrijven, voorraadbeheer en het toedienen zelf. Maar ook retourneren van restanten behoort goed geregeld te zijn.”

Hoe ziet zo’n traject van verandering en verbetering eruit?

“De sleutel ligt voor mij in samenwerking. Vorig jaar heb ik een opdracht gedaan waarbij de organisatie niet tevreden was over de wijze waarop de ECD’s waren ingevuld. Toen heb ik met alle EVV-ers de zorgplannen doorgenomen. Wat ik daarbij merkte is dat ze in het begin veel meer gericht waren op de vorm dan op de inhoud. Medewerkers proberen vaak om een mooie omschrijving van het probleem te geven en dan struikelen ze over de woorden. Ik haal het dan terug naar de essentie: ‘Wat is voor deze mevrouw belangrijk?’ of “Wanneer heeft deze meneer een fijne dag?” en dat kunnen ze vaak wel goed omschrijven. En soms gaan medewerkers ook teveel uit van welke zorg zij denken te moeten verlenen in plaats van te kijken naar wat de cliënt nodig heeft.

“Als we dan bezig zijn met het zorgplan, komen er vaak nieuwe vragen op en blijkt dat medewerkers de cliënt nog niet op alle gebieden goed kennen. Als ze daarachter komen, willen ze hun vragen beantwoord hebben en gaan ze in gesprek met de cliënt of contactpersoon om deze informatie te krijgen. En ze vinden het dan ook leuk om dat gesprek aan te gaan. Ik leer ze eigenlijk op een andere manier naar een cliënt te kijken, een wijze die veel meer aansluit op de persoonlijke behoefte van de cliënt. Ik zie bijna altijd dat deze andere kijk op het werk de medewerkers ook enthousiast maakt en dat is zo leuk om mee te maken. Een win-win situatie voor cliënt en medewerker waarvan ik elke keer weer een brede glimlach op mijn gezicht krijg.”

Evelien ziet dat bij een helder en persoonsgericht zorgleefplan ook andere teamleden beter gaan rapporteren omdat ze beter snappen wat de bedoeling is. “Maar veel belangrijker dan een mooi zorgleefplan is natuurlijk liefdevolle persoonsgerichte zorg. Het bespreken van het eerste dossier vraagt echt een paar uur de tijd maar bij de daaropvolgende dossiers gaat het veel sneller omdat medewerkers de methodiek gaan snappen en zich hierdoor beter kunnen voorbereiden. En natuurlijk zijn de EVV-ers blij als het weer klaar is.”

Met welke andere medewerkers heb je contact tijdens een opdracht?

“Het meeste contact heb ik met de zorgmedewerkers. In de loop van een opdracht spreek ik ook opleidingsfunctionarissen, behandelaren en iedereen die ik tegenkom. Uiteraard ook met de kwaliteitsmedewerkers, Want het is belangrijk dat na mijn vertrek het geleerde geborgd wordt dus dat de ingezette ontwikkeling voortgang heeft.”

Hoe weet je wanneer de opdracht klaar is?

“Naast de borging speelt ook de omvang een rol. Je bespreekt van tevoren met je opdrachtgever wat er klaar moet zijn en in welke tijd., Soms ontstaan er gedurende de opdracht nieuwe inzichten en wordt de opdracht bijgesteld. In het laatste geval kan er tijdsdruk op een opdracht zitten.”

“De aanleiding kan zijn een (interne) audit of een bezoek van de IGJ waarbij gekeken wordt in hoeverre een instelling voldoet aan de toetsingskaders. Het is dus belangrijk dat ik op de hoogte ben van het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg. Maar ik zeg nooit tegen medewerkers ‘dat het moet van de Inspectie’. Ik ga op zoek naar de intrinsieke motivatie.”

Wat is kenmerkend voor jouw stijl?

“Samen doen is voor mij belangrijk en plezier in het werk ook. Ik vind het leuk om medewerkers weer plezier in het werk te geven. Soms zijn ze dat een beetje kwijtgeraakt.”

“En de eerste keer samenwerken vinden de meeste medewerkers spannend, maar als ze mij eenmaal kennen, is het vaak heel ontspannen en fijn werken. Ik begin ook altijd met een paar diensten meewerken zodat ik mijn tijdelijke collega’s kan leren kennen en snel contact kan leggen. En ik geniet nog steeds van het contact met de cliënten. Ik merk dat dit laatste de medewerkers vaak verrast.”

Share This