Aan het woord: Gemmie Reinen, kwaliteitsverpleegkundige en coach

12 mei 2021

In de serie ‘achter de schermen’ ging ik dit keer in gesprek met Gemmie Reinen. Zij heeft de afgelopen jaren op verschillende ouderenzorglocaties gewerkt aan kwaliteitszorg.

“Met mij werken betekent meestal dat ik opdrachtgevers bewust maak van de kansen van leren en ontwikkelen verbinden aan kwaliteitszorg en goed werkgeverschap. Ik zet daarmee niet alleen in op de ouderenzorg van nu maar ook op de ontwikkelingen in de ouderenzorg straks”.

Hoe schets jij het huidige werkveld?

“De ouderenzorg verandert, steeds weer. Ouderenzorgorganisaties staan voor de continue opdracht om kwaliteitszorg te leveren volgens de actuele kwaliteitskaders. Dat is geen sinecure! Want er is een toename van co- en multimorbiditeit[1] bij cliënten, meer culturele diversiteit én de vijver van de arbeidsmarkt lijkt leeg te zijn. Daarom besteed ik tijdens mijn opdrachten ook veel aandacht aan de  zorgprofessional zelf. We hebben ze nu en straks immers hard nodig.”

Gemmie ziet in de praktijk een combinatie van professionals die niet altijd even goed ‘matchen’ maar juist door de verschillen zo kansrijk zijn:

  • De jonge zorgprofessionals die net starten en creatieve ideeën hebben
  • De oudere zorgprofessionals met een schat aan ervaring in de zorg
  • De zij-instromers met hun verfrissende blik door hun andere werkervaringen.

Gemmie: “Kansrijk ook omdat hun diverse kwaliteiten essentieel zijn om goede zorg te blijven leveren. Daarom betrek ik tijdens mijn opdrachten de zorgprofessionals actief. En ik zet ze in om leren en ontwikkelen te verbinden aan kwaliteitszorg en de uitdagingen waar ouderenzorgorganisaties en zorgprofessionals voor staan.”

Welke opdrachten blijven je bij?

“Mijn opdrachten gaan altijd over kwaliteitszorg. Het optimaliseren van processen is een essentieel onderdeel hiervan. Vaak heeft de inspectie mijn opdrachtgevers in beeld want er schort nogal wat aan de kwaliteitszorg: de geldende kwaliteitskaders worden niet gehaald! De eerste wens van mijn opdrachtgevers is dan ook vaak dat de eisen die aan de kwaliteit van zorg gesteld worden, moeten worden behaald. De start bij mijn opdrachten is daarom bijna altijd hectisch want de tijd is kort en er moet veel gebeuren. Vaak is er ook interne onrust zoals dat zorgprofessionals voor van alles en nog wat ingezet worden, er weinig onderlinge afstemming is en vaak zijn er ook motivatieproblemen. Dit alles heeft ook zijn weerslag op het werkplezier van medewerkers en ook op de kwaliteitszorg. In deze wereld stap ik bij bijna elke opdracht.”

Waar ga je beginnen?

“De eerste dagen van mijn opdracht gebruik ik om met veel verschillende professionals in gesprek te gaan. En natuurlijk om rond te lopen, de sfeer te proeven en deel te nemen aan verschillende overleggen. Waar mogelijk geef ik al direct adviezen, los ik praktische zaken op en probeer ik rust te brengen. De analyse heb ik meestal binnen 2 weken gereed”.

Bij de vorige opdracht bij een middelgrote zorgorganisatie vielen Gemmie twee zaken op: er waren veel ‘losse’ eindjes zoals niet up-to-date beschreven kwaliteitsbeleid en ook was het kwaliteitsbeleid niet of beperkt bekend bij zorgprofessionals. Gemmie: “Daarbij waren er wel kwaliteitsprojecten maar die leken op zichzelf te staan. En daarbij zag ik ook zorgprofessionals die goede zorg wilden leveren. Zij waren zeer gemotiveerd om de kwaliteit van zorg op een hoger plan te zetten. Alleen hoe, daar konden ze me geen antwoord op geven. En met deze twee ingrediënten als startpunt weet ik altijd dat ik in de organisatie een flinke verbetering in gang kan zetten.”

Wat is cruciaal bij dit soort ‘onrustige’ organisaties?

“Rust en duidelijkheid brengen, dat zie ik als een belangrijk onderdeel van mijn opdracht. Dit doe ik door orde op zaken te stellen, hoofd- en bijzaken te scheiden, planningen te maken, communicatie in te richten en taken en verantwoordelijkheden te herstructureren. Hierbij is tijd altijd een issue want bij veel van mijn opdrachtgevers luidt de alarmklok van een matig tot slecht beoordeeld inspectiebezoek”.

“Mijn opdrachten hebben dus zowel een inhoudelijke als een procesmatige kant. Feitelijk gaat het over het wát en hóe van kwaliteitszorg. Het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg geeft helderheid over het wát. Vaak valt me op dat zorgprofessionals dit Kwaliteitskader beperkt tot niet kennen. Daarom geef ik het Kwaliteitskader een centrale plaats bij de inrichting van de nieuwe/ update van het kwaliteitsbeleid  (het wát). Zorgprofessionals betrek ik vanaf het begin door een aantal meer persoonlijke vragen te stellen zoals: ‘Wat boeit jou als mens, als zorgprofessional?’ Deze individuele kwaliteiten verbind ik dan aan zorgonderwerpen die horen bij het Kwaliteitskader Verpleeghuis. Zorgprofessionals gaan op die manier, bijvoorbeeld als aandachtsvelder of projectgroep lid, aan een kwaliteitsonderwerp. Hierbij ondersteun ik met begeleiding-op-maat bijvoorbeeld via een oudere zorgprofessional met veel ervaring.”

Hoe ziet dat er in de praktijk uit?

“Zij-instromers maken bij voorkeur ook deel uit van deze projectgroepen: hun bijdrage is vaak verrassend en ik bedoel daarmee buitengewoon nuttig. Jonge stagiaires sluiten ook aan. Zij stellen op hun beurt weer onverwachte en leuke vragen. En mooi om te zien, professionals van andere disciplines haken dan vaak ook aan. Soms wijzig ik de vergaderstructuur zodat kennis delen en discussies centraal staan. Zorgprofessionals presenteren in deze vergaderingen hun kwaliteitsonderwerp met de vorderingen en dilemma’s. Ik zie dat zorgprofessionals deze eigen regie en verantwoordelijkheid als plezierig en ook wel spannend ervaren. En op de werkvloer zie ik met deze aanpak stapsgewijze verbeteringen van de zorg. Essentieel is altijd de steun van de manager want anders is het toch lastig een verandering te realiseren en te borgen.”

Bij Gemmie zit ‘leren en ontwikkelen’ in het bloed: “Voor mij is het steeds weer een goede manier om kwaliteitszorg te verbinden aan leren en ontwikkelen. Dat hoor ik ook terug van mijn opdrachtgevers. Ze zien meer motivatie bij hun medewerkers, meer pro-activiteit en last but not least betere kwaliteit van zorg. En deze manier van werken levert ook op dat het wát van het kwaliteitsbeleid bekend wordt op de werkvloer. Zorgprofessionals kennen dan de meeste procedures en protocollen en hun taken en verantwoordelijkheden zijn veelal helder. De kwaliteitszorg komt steeds meer op orde en de verandering is van binnenuit gerealiseerd. Dat leidt tot goede resultaten en een tevreden opdrachtgever en medewerkers die werken met kwaliteitskaders op natuurlijke wijze hebben opgepakt.”

Gemmie ziet ook dat zorgprofessionals ervaren dat ze gezien worden en dat hun kwaliteiten van waarde zijn. Dat ze zich verbonden voelen met de organisatie en er positiever over zijn gaan denken. Gemmie: “En dat merkt de organisatie ook! Deze investering in de zorgprofessional loont: naar de professional zelf, de organisatie en de cliënt! Dat is voor mij de stap vooruit.”

Wat is de stijl van Gemmie?

“Met mij werken betekent meestal dat ik opdrachtgevers bewust maak van de kansen van leren en ontwikkelen verbinden aan kwaliteitszorg en goed werkgeverschap. Ik zet daarmee niet alleen in op de ouderenzorg van nu maar ook op de ontwikkelingen in de ouderenzorg straks”.

[1] Comorbiditeit: er zijn  meerdere aandoeningen passend bij een (chronische ) ziekte. Multimorbiditeit: meerdere aandoeningen /ziekten tegelijk aanwezig

Share This