“Ik vind het best spannend dat je vandaag met mij meeloopt”. Met deze woorden groet Nicole mij als we ’s morgens tegelijkertijd aankomen bij het verpleeghuis. Ik ben daar sinds 2 maanden toegevoegd aan een PG-team. Nicole is helpende en ze viel mij op door haar manier van omgaan met de heer Brouwer. Zij en hij kunnen het goed met elkaar vinden terwijl ik andere collega’s regelmatig hoor mopperen over de onwilligheid van deze man. Ik vertel Nicole dat ik vooral benieuwd ben naar de manier waarop ze de heer Brouwer helpt tijdens de ADL. Ik vraag haar of ze het gedrag van hem ook af en toe lastig vindt. “Wel nee, je moet gewoon een beetje aardig voor hem zijn en dan doet hij alles wat je wilt”. Ik ben benieuwd hoe dat eruit ziet.

Ik luister vanuit zijn slaapkamer en geniet: Nicole luistert, praat, maakt grapjes en ondertussen begeleidt ze de heer Brouwer naar de douche. Ze complimenteert hem met zijn kledingkeuze en geroutineerd werkt ze de bevuilde pyjama weg. Maar bovenal is ze rustig en voert geen enkele dwang uit. Na het douchen begeleidt ze hem naar de huiskamer en praten ze over regen, zuurkool, koeien en treinen. Dat er geen samenhang tussen deze onderwerp is, vindt Nicole geen probleem.

Als ik aan het eind van de ochtend in het dossier van deze man kijk, ben ik benieuwd wat er over de benaderingswijze van hem staat: niets. Wel allerlei praktische zaken staan erin: douchedagen, familie doet de was, de maat van de inco en letten op smetplekken. Ik vraag Nicole om mij te helpen om haar succesvolle benadering op te schrijven in het ECD. “Waarom, dat doet de EVV-er toch? En bovendien leest niemand dat, want daar is geen tijd voor“. Dat ik daar anders over denk, laat ik maar passeren. Het ergste vind ik dat het talent van Nicole niet wordt benut en misschien niet eens wordt gezien: niet door anderen maar vooral ook niet door zichzelf.

Ik kom ze vaak tegen: talentvolle helpenden die alles wat ze doen ‘gewoon’ vinden. Ze helpen de mensen met dementie vanuit hun hart en vanuit hun gevoel en hebben geen zin in al die lappen tekst. En soms vinden ze het ECD ook ingewikkeld. En een Verpleegkundige kwaliteitscoach die allemaal vragen stelt, vinden ze ook lastig. Ik stel Nicole voor dat ik haar succesvolle benaderingswijze met de EVV-er bespreek. Nicole vindt het prima, “Dan kan ik weer aan het werk”, is haar reactie.

Sinds enkele weken is de 18-jarige Ellen in het verpleeghuis actief als medewerker welzijn. Ze doet niets liever dan zingen en dat werkt aanstekelijk. Ze heeft zich met hulp van Youtube bekwaamd in het repertoire van Willeke en Willy Alberti. Ze wil iets met mij bespreken: de dames willen steeds de glimlach van een kind zingen ook als ze dat al 4x gedaan hebben. “Waarom willen ze steeds hetzelfde zingen? Heeft dat met die dementie te maken?” Dat is heel goed mogelijk en ik geef haar wat uitleg en ze is erg geïnteresseerd. Morgen zal ik een leesbaar artikel voor haar opzoeken.

Verpleegkundige Aisha wil graag met mij naar een wond kijken bij een mevrouw die recent een CVA heeft doorgemaakt. Met behulp van het zakboekje gaan we klinisch redeneren en volgens SOEP/ SOAP rapporteren. Dat blijft lastig en vraagt veel oefening en begeleiding. We doen dit al een maand en ze begint het bijna leuk te vinden. We bedenken een strategie om de rest van het team ook mee te krijgen.

Na de lunch heb ik een afspraak met Nelleke. Zij is EVV-er van een mevrouw die steeds slechter eet. Nelleke zit met een dilemma. “Haar dochter wil dat we de diëtiste erbij halen en bijvoeding geven. Maar volgens mij heeft ze gewoon geen zin meer in het leven. Ze is 98 en ligt het grootste deel van de dag op bed en ze heeft nergens meer plezier in. Zelfs als ik haar favoriete muziek opzet, reageert ze de laatste weken niet meer”. “Kun jij niet eens met die dochter praten?” Ik stel voor dat zij het gesprek voert en ik haar help met de voorbereidingen. Samen kijken we naar de keuzes en emoties van de dochter. Nelleke heeft nu genoeg bagage om het gesprek met vertrouwen in te gaan.

Carlo is een beginnende EVV-er en morgen heeft hij zijn eerste MDO’s. We nemen zijn voorbereiding door. Ik zal erbij zijn om in geval van nood in te springen. Ik heb er alle vertrouwen in dat het goed gaat, Carlo is nog niet helemaal overtuigd.

Tijd om naar huis te gaan. Er lopen altijd diverse verbetertrajecten op de werkvloer en het is leuk om de zorgmedewerkers te ondersteunen in de uitvoering van hun werk. Ze meer kennis en vertrouwen te geven. Het is fijn om te zien dat er zaken geborgd zijn als ik dan na verloop van tijd weer vertrek. Als Verpleegkundig kwaliteitscoach geniet ik van de variatie in mijn werk. In de auto naar huis hoor ik mijzelf ‘de glimlach van een kind zingen’. Dat hoort er blijkbaar ook bij.

Evelien Hogenkamp, Verpleegkundig Kwaliteitscoach bij De Impuls voor de Zorg

Ook geïnteresseerd in de functie van Verpleegkundig Kwaliteitscoach? Wij hebben regelmatig opdrachten bij VVT en VG instellingen. Zowel een vast dienstverband als ZZP is mogelijk. Of wilt u weten wat een Verpleegkundig kwaliteitscoach van De Impuls voor de Zorg voor uw organisatie kan betekenen? Neem dan contact op met De Impuls voor de Zorg, Evelien Hogenkamp (06-1562 6290) of Rob Uijterwaal (06-2280 1879).